Veroordeelden voor ernstige misdrijven moeten verplicht DNA afstaan. Bij ernstige misdrijven zijn veroordelen verplicht om DNA af te staan. Dat maakt het makkelijker om veelplegers op te sporen en te veroordelen. Wordt iemand veroordeelt door de rechter voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is?

Dan moet de veroordeelde celmateriaal afstaan. Een voorlopig hechtenis -misdrijf is meestal een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 4 jaar of meer staat. Maar de afnameplicht geldt ook voor een aantal misdrijven met een lagere maximale gevangenisstraf.

Na een veroordeling door de rechter geeft de officier van justitie het bevel om DNA af te staan. De afname van celmateriaal gebeurt in de gevangenis, maar dit kan ook op het politiebureau. De veroordeelde die niet in de gevangenis zit, moet zich daarvoor melden bij de politie. Afname van celmateriaal gebeurt bij voorkeur in de vorm van wangslijm. Ook kan DNA worden verkregen door bloedafname (vingerprik) of uit haarwortels.

DNA-onderzoek

Het DNA wordt afgenomen en onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en bewaart het DNA-profiel in de DNA-databank.Voor het onderzoek van DNA-materiaal en de opname van een profiel in de DNA-databank gelden wettelijke regels.

Het DNA-profiel blijft bewaard tot het Openbaar Ministerie opdracht geeft het te vernietigen. Het materiaal wordt ook vernietigd als de wettelijke bewaartermijn is verstreken. De bewaartermijn hangt af van:

– de ernst van het misdrijf;

– hoe vaak iemand al veroordeeld is;

– de duur van de opgelegde straf.

Als de wet voor een strafbaar feit een maximale straf van 6 jaar of langer stelt, dan blijven de gegevens 30 jaar bewaard. Voor minder zware misdrijven waar een een maximale straf van minder dan 6 jaar op staat is debewaartermijn maximaal 20 jaar.

Wie een oproep om DNA af te staan negeert, kan worden aangehouden. Tegen de DNA-afname is geen bezwaar mogelijk; wel tegen het opslaan van het DNA-profiel. Dit moet binnen 2 weken na de DNA-afname bij de rechter die de uitspraak deed. Als de rechter het bezwaar toekent, geeft hij het NFI opdracht het materiaal te vernietigen. Na vrijspraak in hoger beroep worden het DNA-materiaal en DNA-profiel verwijderd.

Ook op de plaats van het delict kan het NFI een DNA-profiel maken. Het NFI onderzoekt hiervoor DNA-materiaal zoals haren, huidschilfers of wangslijm. Door het gemaakte profiel te vergelijken met andere DNA-profielen uit de DNA-databank, kan de dader worden gevonden. Dit kan helpen bij de veroordeling van de verdachte.